ECLI:NL:PHR:2007:BB4962
Parket bij de Hoge Raad · 20-11-2007 · zaaknummer 03588/06 H
Inhoudsindicatie
Herziening. Opheffing ongewenstverklaring. Aanvrager is geboren in GB en is op 26-7-06 veroordeeld wegens verblijf in NL als ongewenst vreemdeling (art. 197 Sr). 3 mnd na die veroordeling is de ongewenstverklaring van aanvrager door de IND opgeheven. Uit de IND-beschikking valt af te leiden dat die ongewenstverklaring niet strookte met Richtlijn 2004/38/EG van het EP en de Raad van 29-4-04 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden. Deze Richtlijn is in de NL wetgeving geïmplementeerd door de op 29-4-06 in werking getreden wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000. In de tekst van de beschikking is niet met zoveel woorden vermeld dat de ongewenstverklaring met terugwerkende kracht is opgeheven maar o.g.v. de inhoud daarvan moet het er voor worden gehouden dat de opheffing van de ongewenstverklaring terugwerkende kracht heeft tot 29-4-06. Gelet daarop valt aan genoemde beschikking een ernstig vermoeden te ontlenen, dat de PR, ware deze met die beschikking bekend geweest, de aanvrager van het hem tll. zou hebben vrijgesproken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
