ECLI:NL:PHR:2007:BA7919
Parket bij de Hoge Raad · 09-10-2007 · zaaknummer 02559/06 A
Inhoudsindicatie
Geloofwaardigheid en redengevendheid van verklaringen van medeverdachten. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB7528 inzake het gebruik voor bewijs van een in een ambtsedig opgenomen getuigeverklaring. HR herhaalt verder dat uitgangspunt is dat de selectie en waardering van het bewijsmateriaal is voorbehouden aan de feitenrechter zonder dat hij dat behoeft te motiveren en dat slechts onder omstandigheden een nadere motivering wordt verlangd omtrent de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal, welke omstandigheden mede afhankelijk zijn van de bijzondere aard van de materie en van hetgeen ttz in feitelijke aanleg door of namens verdachte is aangevoerd. De opvatting dat het Hof, in het geval dat een getuige bij gelegenheid van zijn verhoor door de RC en ttz in appel zijn tegenover de politie afgelegde belastende verklaring onder ede heeft ingetrokken, gehouden is te motiveren waarom het die ingetrokken verklaring bruikbaar acht voor het bewijs, is - afgezien van bijzondere gevallen waaromtrent niets is aangevoerd of gebleken - onjuist.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
