ECLI:NL:PHR:2007:BA2279
Parket bij de Hoge Raad · 25-09-2007 · zaaknummer 02839/06 B
Inhoudsindicatie
Beklag. Aanwijzing ontneming van het College van P-G van 11-01-2005. Verweer en middel steunen op de stelling dat het hoogst waarschijnlijk is dat de strafrechter de klager niet de verplichting zal opleggen tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van w.v.v. Daartoe is aangevoerd dat het te ontnemen voordeel “uitsluitend zou kunnen worden gebaseerd” op het door de Rb in de hoofdzaak onder 1 bewezenverklaarde feit. Dat feit zou “van fiscale aard” zijn zodat § 3.4 van de Aanwijzing ontneming aan ontneming op de voet van art. 36e Sr in de weg zou staan. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat het onderzoek in RK n.a.v. een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent voor een geval als i.c. dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde te treden in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren ontnemingsprocedure. Het oordeel van de Rb komt erop neer dat niet op voorhand kan worden uitgegaan van de juistheid van de door de raadsman betrokken stelling, nu klager in de hoofdzaak in ieder geval ook is veroordeeld t.z.v. overtreding van de Ow. Aldus heeft de Rb het gedane beroep op eerdergenoemde Aanwijzing zonder blijk te geven van een verkeerde rechtsopvatting en op toereikende grond verworpen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
