ECLI:NL:PHR:2007:BA0423
Parket bij de Hoge Raad · 12-06-2007 · zaaknummer 00405/06
Inhoudsindicatie
(Putatief) noodweer (en noodweerexces). ’s Hofs overweging komt erop neer dat niet aannemelijk is geworden dat het slaan en schoppen door verdachte en zijn mededader het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, omdat dat slaan en schoppen plaatsvond nadat verdachte had gezien dat het slachtoffer geen mes meer in zijn hand had en toen ook zelf zijn mes had opgeborgen. In dat verband heeft het Hof de in het verweer betrokken stelling dat het slachtoffer zich op enig moment gebukt heeft om zijn mes op te rapen – hetgeen volgens het verweer voor verdachte aanleiding zou zijn geweest om het slachtoffer te trappen – niet aannemelijk geacht. Die feitelijke en niet onbegrijpelijke oordelen dragen de verwerping van het beroep op (putatief) noodweer ( en noodweerexces) zelfstandig. Vzv. het middel klaagt dat het Hof bij de verwerping van het beroep op noodweerexces niet een (mogelijke) voorafgaande en beëindigde noodweersituatie, te weten het moment dat het slachtoffer tegenover verdachte een mes trok, heeft betrokken, mist het feitelijke grondslag. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het verweer daarop niet het oog had.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
