ECLI:NL:PHR:2007:AZ7084
Parket bij de Hoge Raad · 27-03-2007 · zaaknummer 00931/06
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zijn (ex-)vriendin gewurgd. I.c. is zowel aan het primaire verweer dat opzet ontbreekt als aan het subsidiaire verweer dat sprake is geweest van psychische overmacht, ten grondslag gelegd dat verdachte leed aan een zogenaamde dissociatieve stoornis. Het hof heeft vastgesteld dat deze door de verdediging gestelde dissociatieve stoornis bij verdachte niet aannemelijk was geworden. Gelet daarop moet de in het middel aangevallen overweging aldus worden verstaan dat het hof daarmee tot uitdrukking heeft gebracht dat de feiten en omstandigheden waarop de verdediging het beroep op psychische overmacht heeft gegrond, niet aannemelijk zijn geworden. Het middel dat van een andere lezing van genoemde overweging uitgaat, mist feitelijke grondslag en kan niet tot cassatie leiden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
