ECLI:NL:PHR:2007:AZ6680
Parket bij de Hoge Raad · 03-04-2007 · zaaknummer 000871/06
Inhoudsindicatie
Het kennelijke oordeel van het hof, dat het aan verdachte vragen naar zijn telefoonnummer zonder dat hem tevoren “de cautie” is gegeven nimmer valt onder de, als een verhoor te beschouwen, vragen naar diens betrokkenheid bij een strafbaar feit, is niet juist. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat die vraag wel tot een zodanig verhoor moet worden gerekend. In casu geen vernietiging, nu het hof de verwerping van het verweer ook heeft doen steunen op het oordeel dat verdachte toestemming heeft gegeven onderzoek te verrichten naar het telefoonverkeer van het door hem opgegeven telefoonnummer. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en kan de verwerping van het verweer zelfstandig dragen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
