ECLI:NL:PHR:2007:AZ6182
Parket bij de Hoge Raad · 10-04-2007 · zaaknummer 03108/05
Inhoudsindicatie
Betekening appeldagvaarding. De appeldagvaarding is aan de griffier uitgereikt bij gebreke van een bekende woon- of verblijfplaats in NL. Niet blijkt dat, alvorens de appeldagvaarding is betekend, een onderzoek is ingesteld op grond waarvan kon worden aangenomen dat verdachte t.t.v. de betekening stond ingeschreven in een GBA. Voorts heeft het hof geen blijk ervan gegeven te hebben onderzocht of verdachte t.t.v. de betekening was gedetineerd. Een en ander was wel vereist. Het oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, is daarom zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Dat leidt tot cassatie. Daarbij verdient opmerking dat de cassatieprocedure zich wel leent voor een onderzoek naar een uit de stukken die ex art. 434.1 Sv aan de HR zijn gezonden rijzend ernstig vermoeden dat de appeldagvaarding niet op de voorgeschreven wijze is betekend, maar niet voor een onderzoek naar gegevens van feitelijke aard die niet uit die stukken blijken, ter ontzenuwing van zo een – door een cassatiemiddel aan de orde gesteld – vermoeden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
