ECLI:NL:PHR:2006:AY9243
Parket bij de Hoge Raad · 14-11-2006 · zaaknummer 03234/05
Inhoudsindicatie
Het hof heeft vastgesteld dat de inleidende dagvaarding (anders dan is ingevuld op de akte van uitreiking) niet aan verdachte doch aan een ander is uitgereikt. Daaruit vloeit voort dat de uitreiking van die dagvaarding niet is geschied overeenkomstig bij art. 589.1.4° en 589.3 jo. art. 590.1 Sv gegeven voorschriften. ’s Hofs oordeel dat zulks niet behoeft te leiden tot nietigverklaring van die dagvaarding op de grond dat verdachte “op de hoogte was van de datum van de terechtzitting in eerste aanleg”, is onbegrijpelijk, nu noch uit ’s hofs arrest noch uit de gedingstukken kan worden afgeleid dat verdachte (wiens broer een aanhoudingsverzoek heeft gedaan) ervan op de hoogte was dat hij op genoemde terechtzitting van de Pr terecht diende te staan. Dit leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
