Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2006:AY0127

Parket bij de Hoge Raad · 14-11-2006 · zaaknummer 02535/05

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 359.2 Sv; strafmotivering. 1. Door de verdediging is aangevoerd dat de rolverdeling tussen de verschillende personen binnen de ondernemingen waaraan verdachte leiding gaf en in samenhang daarmee de mate van deskundigheid van verdachte omtrent administratieve aangelegenheden, bij de straftoemeting in het voordeel van verdachte zou moeten meewegen. In ’s hofs overweging dat verdachte zich verschuilt achter het standpunt dat hij zelf niet kundig genoeg was voor het verwerken van de loonadministratie, is het naar voren gebrachte maar door het Hof niet aanvaarde standpunt in de uitspraak uitdrukkelijk en voldoende beargumenteerd weerlegd, waarmee is voldaan aan art. 359.2 Sv (HR NJ 2006, 393). 2. Hetgeen is aangevoerd t.a.v. de nadeelsberekening van de FIOD (die zou te hoog zijn) behelst een duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het hof naar voren gebracht standpunt waarop het hof in zijn strafmotivering niet met zoveel woorden is ingegaan. Gelet op bewijsmiddel 11 behoefde het hof dat ook niet te doen. Uit dat bewijsmiddel volgt dat het hof heeft vastgesteld dat van de bijna 295.000 uren die in de genoemde tijdvakken werden verloond, ruim 70 percent voor de fiscus werd verzwegen. Daarmee heeft het hof – niet onbegrijpelijk - tot uitdrukking gebracht dat sprake was van een ernstige en verhoudingsgewijs omvangrijke fraude, zodat in het midden kon blijven hoe groot het aan de fiscus toegebrachte nadeel nu precies was. 3. Verstaan in het licht van bewijsmiddel I heeft het hof vastgesteld dat verdachte leiding gaf aan uitzendbureau X dat zijn aan derden uit te lenen personeel betrok van Y dat evenzeer onder leiding stond van verdachte. In dat licht bezien is niet onbegrijpelijk dat het hof niet Y noemt als bedrijf waaraan verdachte leiding gaf maar zich beperkt tot X. De klacht dat het hof bij de straftoemeting feit 2 waarvoor verdachte is vrijgesproken, heeft meegewogen mist feitelijke grondslag. Het hof heeft immers in dat verband de strafoplegging door de Rb voor ogen gehad en tot uitdrukking gebracht dat feit 2, zo het bewezen zou zijn verklaard, in het geheel van frauduleuze handelingen een ondergeschikte rol speelt.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.