ECLI:NL:PHR:2006:AX9407
Parket bij de Hoge Raad · 26-09-2006 · zaaknummer 02673/05
Inhoudsindicatie
1. Redelijke termijn en verstekmededeling. 2. Verjaring ex art. 70.2° (oud) Sr. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR NJ 2000, 721. De gedingstukken behelzen niets waaruit kan volgen dat tussen 7-4-98 en 24-10-02 is getracht een verstekmededeling aan verdachte te betekenen terwijl verdachte in die periode onafgebroken ingeschreven is geweest in de GBA, zodat de in deze periode opgetreden vertraging voor rekening van het OM dient te komen. In die fase van het geding is de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM overschreden. Dit leidt tot strafvermindering. Ad 2. HR ambtshalve: Uit de stukken blijkt niet dat gedurende 6 jaren voorafgaand aan de betekening op 17-2-05 van de verstekmededeling enige geldige daad van vervolging is verricht. De in art. 70.2° (oud) Sr bepaalde termijn van verjaring is dus vervuld, zodat t.a.v. de onder 1 en 2 tenlastegelegde misdrijven 1 en 2 het recht tot strafvordering is vervallen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
