Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2006:AX5765

Parket bij de Hoge Raad · 17-10-2006 · zaaknummer 01901/05

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Veroordeling journalist t.z.v. smaad. Verdachte heeft als journalist een artikel geschreven naar aanleiding van de commotie in NL over de vrijlating in Turkije van een van de veroordeelden in de Alanya-zaak. A.g.v. die commotie werd een bezoek van Prins Willem-Alexander aan Turkije afgelast. Het artikel luidt “Nederland moet de hand in eigen boezem steken – Met opportunisme kom je geen stap verder”. Dat artikel heeft verdachte in de NL taal in het in NL verschijnende tijdschrift Dünya geplaatst en tevens ter publicatie toegezonden aan diverse Nederlandse dagbladen. Daarin waarschuwt hij met verwijzing naar de Alanya-zaak voor de gevaren die NL meisjes in een vreemde omgeving lopen a.g.v. tijdens hun vakanties betoond uitdagend gedrag. In dat verband bezigt hij de bewoordingen als bewezenverklaard. De namen van de slachtoffers worden niet genoemd, maar zij zijn door de verwijzing naar de Alanya-zaak te identificeren. Het hof heeft de beperking van verdachtes recht op vrije meningsuiting in het kader van de persvrijheid in het belang van de bescherming van de goede naam en de rechten van anderen noodzakelijk heeft geoordeeld. Daartoe heeft het hof een afweging gemaakt tussen enerzijds het belang van de slachtoffers niet in hun eer of goede naam te worden aangetast en anderzijds het belang van verdachte om als journalist de bewezenverklaarde uitlatingen als onderdeel van het door verdachte bedoelde publieke debat te kunnen doen. Het hof heeft het in dat verband kennelijk van doorslaggevend belang geacht dat verdachte als journalist op geruchten over slachtoffers van zeer ernstige misdrijven is afgegaan en die geruchten als feiten heeft gepresenteerd.’s Hofs oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appel heeft verklaard dat hij de desbetreffende geruchten niet heeft geverifieerd, de door de Turkse rechter vastgestelde feiten pas na de publicatie heeft gelezen en heeft toegegeven een verkeerd beeld te hebben gegeven en gelet op de onmiskenbaar grievende aard van de uitlatingen. Bij e.e.a. neemt de HR in aanmerking dat de opgelegde straf niet van dien aard is dat deze de beperking van de vrijheid van meningsuiting disproportioneel maakt.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.