ECLI:NL:PHR:2006:AW3634
Parket bij de Hoge Raad · 13-06-2006 · zaaknummer 02127/05
Inhoudsindicatie
Meer-en-Vaart verweer. Het verweer dat verdachte op 11-7-03 niet over een vuurwapen beschikte vindt geen weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. Als weerlegging kan niet gelden ‘s hofs vaststelling dat verdachte op 11-7-03 aanwezig was op de locatie in R’dam, waar toen een huls is aangetroffen, die zeer waarschijnlijk afkomstig was van het vuurwapen waarvan het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte dat op 11-9-03 voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen. Nu het hof de juistheid van dit met de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen niet strijdige verweer in het midden heeft gelaten, is de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid opengebleven dat een ander dan verdachte op 11-7-03 het vuurwapen voorhanden heeft gehad. De bewezenverklaring is dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
