ECLI:NL:PHR:2006:AV1156
Parket bij de Hoge Raad · 18-04-2006 · zaaknummer 01264/05
Inhoudsindicatie
De opvatting dat het ontbreken van een vertaling van de inleidende dagvaarding in een taal die verdachte begrijpt de nietigheid van die dagvaarding meebrengt, is onjuist. Wel behoort de rechter, indien hij van oordeel is dat verdachte door die omstandigheid in zijn verdediging is geschaad, het onderzoek ter terechtzitting te schorsen opdat verdachte alsnog op de hoogte kan worden gesteld van de tegen hem ingebrachte beschuldiging (HR NJ 2002, 317). Indien de PR ten onrechte zou hebben nagelaten het onderzoek te schorsen opdat aan verdachte alsnog een vertaling van de dagvaarding kon worden verstrekt, zou dat het hof niet hebben genoopt tot verwijzing van de zaak naar de PR ex art. 423.2 Sv.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
