ECLI:NL:PHR:2005:AR8401
Parket bij de Hoge Raad · 29-03-2005 · zaaknummer 01780/04
Inhoudsindicatie
Ne bis in idem in zedenzaak. Het hof verwierp het beroep op schending van het ne bis in idem-beginsel op de grond dat de vervolging in deze zaak wat betreft de bewezenverklaarde handelingen betrekking heeft op andere handelingen dan waarvoor verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld. Dit oordeel moet aldus worden verstaan dat tussen geen van de destijds bewezenverklaarde (betasten van borsten en vagina van X, die ook verdachtes penis heeft betast, afgetrokken en in de mond genomen) en de thans tenlastegelegde en bewezenverklaarde gedragingen (o.a. seksueel binnendringen van de vagina van X) een zodanig verband bestaat m.b.t. de gelijktijdigheid en de wezenlijke samenhang in het handelen en de schuld van verdachte dat sprake is van hetzelfde feit ex art. 68 Sr. Dat oordeel is zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Gelet op de aangifte van X valt niet uit te sluiten dat een of meer van de nu tenlastegelegde en bewezenverklaarde gedragingen zijn verricht bij gelegenheid van, en dus gelijktijdig en in directe samenhang met gedragingen waarop de eerdere veroordeling betrekking had.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
