Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2005:AP4584

Parket bij de Hoge Raad · 01-02-2005 · zaaknummer 00047/04 E

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vuurwerkramp Enschede. 1. 's Hofs afwijzing van het verzoek tot toevoeging aan het dossier van niet openbaar gemaakte onderzoeksverslagen van de Commissie onderzoek vuurwerkramp is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. 's Hofs afwijzing van het verzoek twee verbalisanten als getuigen te horen is toereikend gemotiveerd. 3. 's Hofs oordeel dat indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat de uitlating van de HOvJ dat er bij verdachtes bedrijf "te veel vuurwerk lag" inbreuk maakte op art. 6.2 EVRM, die inbreuk niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM in de strafvervolging, is onjuist noch onbegrijpelijk. 4. Verdachte heeft geen belang bij zijn klacht over de afwijzing van het verzoek om de HOvJ als getuige te horen, nu het hof is uitgegaan van de juistheid van hetgeen hij volgens de verdediging heeft gezegd. 5. De opvatting dat het rechtens niet mogelijk is feitelijke leiding te geven aan een overtreding, te weten het niet-opzettelijk handelen in strijd met de desbetreffende vergunningsvoorschriften, vindt geen steun in het recht. 6. HR leest de bewezenverklaring en kwalificatie van feit 4 (toegesneden op art. 158.3 (oud) Sr) aldus verbeterd dat deze uitsluitend ziet op feitelijke leiding geven, nu de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent het opdracht geven aan de bedoelde feiten. Een keuze tussen 'opdracht geven' en 'feitelijke leiding geven' is van geen belang voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde. 7. Het hof heeft zonder miskenning van het begrip 'schuld' in de zin van art. 158 (oud) Sr uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat het geheel van handelen en nalaten van beide verdachten getuigde van de bewezenverklaarde aanmerkelijke onvoorzichtigheid en nalatigheid en dus van schuld in de bedoelde zin van het bedrijf van verdachten. 8. Art. 20.8 Wm is niet van toepassing in een situatie als de onderhavige, waarin de milieuvergunning betrekking heeft op activiteiten binnen de inrichting, terwijl er al zeecontainers waren opgericht, zij het zonder bouwvergunning.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.