ECLI:NL:PHR:2004:AQ0679
Parket bij de Hoge Raad · 02-11-2004 · zaaknummer 00106/04
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek tot doen horen getuigen. 1. Een per fax gedaan verzoek geldt niet als een verzoek ex art. 263.2 (oud) Sv (HR NJ 2000, 214). Het hof heeft het ter terechtzitting herhaalde verzoek terecht aangemerkt als verzoek ex art. 328 Sv. 2. Afwijzing door hof van verzoek is i.c., gelet op art. 6.1 en 6.3.d EVRM, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Het gaat om twee getuigen die verklaringen aflegden (waarvan één beëdigd) en die volgens de verdediging de lezing van verdachte – die niet zonder meer wordt weerlegd door het bewijsmateriaal – zouden kunnen bevestigen en nader verklaren, terwijl de juistheid van die lezing aan bewezenverklaring in de weg zou kunnen staan. Het hof heeft verdachtes lezing klaarblijkelijk, zij het zonder nadere redengeving, ongeloofwaardig bevonden. Het is onder die omstandigheden niet zonder meer begrijpelijk dat het hof, alsof het de verklaringen van die getuigen voorshands niet betrouwbaar achtte, oordeelde dat de noodzaak tot het horen van die getuigen niet was gebleken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
