ECLI:NL:PHR:2004:AO3289
Parket bij de Hoge Raad · 20-04-2004 · zaaknummer 00961/03
Inhoudsindicatie
Verduistering in dienstbetrekking; opzet op de wederrechtelijkheid; vermeend retentierecht. Het hof heeft niet aannemelijk geoordeeld dat verdachte in de veronderstelling verkeerde afgifte van de auto te mogen opschorten totdat een vermeende loonvordering op zijn toenmalige werkgever zou zijn voldaan en dat daarom zijn opzet op de wederrechtelijkheid van de toe-eigening ontbrak. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk nu uit de in de pleitnota gestelde toedracht bezwaarlijk anders kan volgen dan dat verdachte de auto is gaan gebruiken op een wijze die niet met een gepretendeerd retentierecht verenigbaar is en uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich jegens zijn werkgever niet op een retentierecht heeft beroepen, maar zich onbereikbaar heeft gehouden en niets van zich heeft laten horen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
