ECLI:NL:PHR:2004:AO1830
Parket bij de Hoge Raad · 24-02-2004 · zaaknummer 01133/03
Inhoudsindicatie
1. Verband tussen bewijsverkrijging en mogelijk onrechtmatig handelen politie. 2. Eisen aan verweer ex art. 359a Sv. Ad 1. Ambtshalve wegens inbraken bekende verdachte wordt om 2.30 uur door agenten aangesproken, maar gaat er vandoor. Hij wordt bij zijn schouder gepakt en losgelaten zodra hij stilstaat. Op de vraag of hij inbrekerswerktuigen bij zich heeft geeft hij zijn jas aan de agenten en gooit hij zijn heuptasje op de grond. Hierin worden inbrekerswerktuigen aangetroffen. HR laat in het midden of het bij de schouder vastpakken een (onrechtmatige) aanhouding oplevert, nu niet gezegd kan worden dat het bewijsmateriaal rechtstreeks ten gevolge van de gestelde onrechtmatige aanhouding is verkregen. Ad 2. Naast verzoek tot oplegging van een straf gelijk aan het voorarrest voert de raadsman aan “Ik wijs er voorts op dat verdachte niet binnen 6 uur is verhoord door de politie. Dit dient in de strafmaat mee te wegen.” Aldus is niet een behoorlijk gemotiveerd verweer gevoerd daartoe strekkende dat met toepassing van art. 359a Sv strafvermindering dient te worden toegepast.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
