Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2004:AO0616

Parket bij de Hoge Raad · 20-04-2004 · zaaknummer 01630/03

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1. Beslissing tot splitsing van gevoegde zaken ex art. 285 lid 3 Sv; geen toetsing in cassatie. 2. Onpartijdige rechter. Hof heeft na splitsing en nadat het de ene zaak (A) had afgedaan in de andere zaken (B en C) onderzoek verricht in dezelfde samenstelling. Hoewel het hof zowel in zaak A als in zaak B de door verdachte betwiste conclusie van een spraakvergelijkend onderzoek bij de bewijsvoering heeft betrokken in casu geen schending recht op behandeling door een onpartijdige rechter. Ad 1. De beslissing tot splitsing van zaken ex art. 285 lid 3 Sv in het belang van het onderzoek is voorbehouden aan de feitenrechter en leent zich niet voor toetsing in cassatie. Ad 2. Het hof heeft na splitsing en nadat het de ene zaak (A) had afgedaan in de andere zaken (B en C) onderzoek verricht in dezelfde samenstelling. Het middel acht verdachtes vrees van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd, omdat het hof in zaak A op grond van een deskundigenrapport (stemvergelijkend onderzoek) heeft aangenomen dat verdachte heeft deelgenomen aan in zaak A tot het bewijs gebezigde telefoongesprekken, terwijl de inhoud van een deel van de in dat rapport genoemde gesprekken deel uitmaakte van de bewijsconstructie van het OM in de zaken B en C en door het hof in die zaken ook tot het bewijs is gebezigd. HR: De enkele omstandigheid dat de onderhavige zaak tegen de verdachte (zaken B en C) in hoger beroep is behandeld door een kamer van het Hof in dezelfde samenstelling als die waarin de eerdere zaak tegen de verdachte (A) is berecht, levert geen zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verdachte dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Ook al zou een deel van de in zaak A tot het bewijs gebezigde telefoongesprekken in zaak B deel uitmaken van de bewijsredenering van het OM, levert dat geen zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor bedoeld. In zaak C spelen de telefoongesprekken en het deskundigenverslag geen rol. In zaak B zijn geen telefoongesprekken voor het bewijs gebruikt die in zaak A zijn gebruikt. Dat het hof zowel in zaak A als in zaak B de door verdachte betwiste conclusie van het NFI-rapport betreffende het spraakvergelijkend onderzoek bij de bewijsvoering heeft betrokken, rechtvaardigt niet de gevolgtrekking dat het hof zich jegens verdachte reeds een oordeel had gevormd over de bewezenverklaring van en zijn schuld aan de onderhavige strafbare feiten, noch dat het zich vooringenomen heeft betoond jegens verdachte of dat de bij verdachte dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd was.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.