ECLI:NL:PHR:2000:2
Parket bij de Hoge Raad · 25-07-2000 · zaaknummer 01746/00
Inhoudsindicatie
Ontucht met stiefkind, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) en 247 jo. 249.1 Sr). Verzuim hof om te beslissen op voorafgaand aan ttz. in hoger beroep gedaan en ttz. in h.b. herhaald verzoek tot aanpassing van reeds vastgesteld p-v van eerdere tz. in h.b. 1. Heeft dit verzuim ex art. 326 jo. 328 en 330 Sv nietigheid tot gevolg? 2. Leidt dit verzuim tot schending van art. 6 EVRM? Ad 1. Bij stukken bevindt zich brief van raadsvrouw aan voorzitter hof, waarin wordt verzocht dat p-v van eerdere tz. in h.b. wordt aangepast, nu weergave van de op die tz. door getuigen en verdachte afgelegde verklaringen wellicht tot misverstanden zou kunnen leiden en aantal passages onvolledig zouden zijn weergegeven. Voorzitter heeft op dit verzoek schriftelijk geantwoord dat brief onvoldoende reden vormt om p-v aan te passen. Voorts is door hem op mogelijkheid gewezen verzoek ttz. te herhalen. Aan p-v van onderzoek ttz. in h.b. gehechte pleitnotities van verdediging houden in dat dit verzoek aldaar is herhaald. Noch p-v van tz. noch arrest hof houdt beslissing op dit verzoek in. Verzoek tot aanpassing van reeds vastgesteld p-v van onderzoek ttz. is geen verzoek dat strekt tot toepassing van 326.3 en 326.4 Sv en strekt evenmin tot gebruik van andere bevoegdheid of van ander recht dat door wet is toegekend. Om die reden is er geen sprake van een door wet met nietigheid bedreigd verzuim a.b.i. art.330 Sv. Ad 2. HR: Op gronden vermeld in CAG is evenmin sprake van schending van art. 6 EVRM. CAG: Verdachte is door het achterwege blijven van beslissing niet in zijn belang geschaad. Wijzigingen die raadsvrouw in p-v zou willen aanbrengen betreffen niet strekking van verklaring. Het gaat om gestelde onvolledigheden in weergave op betrekkelijk ondergeschikte punten. V.zv. het verklaring van verdachte betreft, is dit hersteld doordat verdachte op latere tz. alsnog zijn verklaring heeft aangevuld op deze punten. Wat resteert is met name dat uit p-v van tz. onvoldoende zou blijken dat slachtoffer een zwalkende verklaring heeft afgelegd m.b.t. vraag of haar zuster nog thuis woonde in de in haar aangifte vermelde periode. Nu van de zijde van verdediging uitdrukkelijk hierop is gewezen en oordelende raadsheren zelf verklaring van slachtoffer ttz. hebben aangehoord, valt niet in te zien hoe verdachte in zijn belang kan zijn geschaad doordat op verzoek tot wijziging van p-v van tz. niet is beslist. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
