ECLI:NL:PHR:1999:4
Parket bij de Hoge Raad · 16-04-1999 · zaaknummer 16.841
Inhoudsindicatie
Verjaring (art. 3:310 lid 1 BW). Aanvang vijfjarige verjaringstermijn indien het niet geldend kunnen maken van vordering voortvloeit uit omstandigheden die aan debiteur moeten worden toegerekend; verjaringstermijn vangt aan wanneer die omstandigheden het kunnen geldend maken van de vordering niet langer verhinderen. Redelijkheid en billijkheid. Is aanvang twintigjarige verjaringstermijn ook afhankelijk van de schuldeiser persoonlijk betreffende omstandigheden? Rechtszekerheid. Is art. 3:301 lid 3 BW alleen van toepassing op de in art. 3:310 lid 2 BW met zoveel woorden genoemde bedoelde rechtsvorderingen?
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
