ECLI:NL:PHR:1999:2
Parket bij de Hoge Raad · 02-03-1999 · zaaknummer 110.607
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid door rijinstructeur, art. 246 Sr. 1. Heeft verdachte slachtoffers gedwongen tot ondergaan van bewezenverklaarde ontuchtige handelingen? 2. Levert verrichten van seksuele handelingen tijdens rijles op het moment dat slachtoffers bezig waren auto te besturen "andere feitelijkheid" in de zin van art. 246 Sr op? Ad 1. Van "door feitelijkheid dwingen tot plegen of dulden van ontuchtige handelingen" a.b.i. art. 246 Sr kan slechts sprake zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat slachtoffer die handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan. Hof heeft geoordeeld dat verdachte telkens aanmerkelijk risico nam dat zijn handelingen tegen wil van slachtoffers plaatsvonden. Daarmee heeft Hof tot uitdrukking gebracht dat verdachte zich telkens willens en wetens heeft blootgesteld aan aanmerkelijke kans dat handelingen tegen wil van slachtoffers plaatsvonden. Hof heeft dit uit gebezigde b.m. kunnen afleiden. Hof heeft gelet op b.m. immers vastgesteld dat bewezenverklaarde ontuchtige handelingen plaatsvonden in situatie waarin het voor slachtoffers (die nagenoeg geen ervaring hadden in besturen van auto en derhalve al hun aandacht voor rijden nodig hadden) zeer moeilijk was om zich aan verdachtes handelen te onttrekken en dat verdachte door leerling te verstaan was gegeven dat zij het niet prettig vond dat hij lichamelijk contact zocht. Dat slachtoffers na eerste ontuchtige handelingen niet direct zijn gestopt met volgen van rijlessen bij verdachte en dat één van hen geschenk van hem heeft geaccepteerd, doet niet af aan 's Hofs oordeel. Ad 2. Aangezien Hof blijkens gebezigde b.m. heeft vastgesteld dat het voor slachtoffers zeer moeilijk was zich tijdens rijlessen aan verdachtes handelingen te onttrekken, geeft zijn oordeel dat omstandigheid dat ontuchtige handelingen plaatsvonden tijdens besturen van auto feitelijkheid oplevert waardoor slachtoffers werden gedwongen tot plegen of dulden van die handelingen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
