ECLI:NL:PHR:1998:6
Parket bij de Hoge Raad · 10-04-1998 · zaaknummer 16.592
Inhoudsindicatie
Huurrecht. Vaststelling contractuele bestemming in geval van ontbreken van een bestemmingsbepaling in overeenkomst (art. 7:214 BW). Passeren bewijsaanbod. Voor een bestemming die “naar gelang der omstandigheden voorondersteld” (art. 7A:1596 aanhef en onder 1 BW) behoort te worden, is beslissend of uit de omstandigheden zoals die ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst zich voordeden, in onderling verband beschouwd, moet worden afgeleid dat huurder niet slechts gerechtigd is het gehuurde voor een bepaald doel te gebruiken, maar daartoe ook verplicht is. Niet voldoende is dat huurder een bepaald feitelijk gebruik maakt van het gehuurde en verhuurder daarmee instemt, ook niet als het om een langdurig gebruik gaat.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
