ECLI:NL:PHR:1998:52
Parket bij de Hoge Raad · 17-03-1998 · zaaknummer 107.069
Inhoudsindicatie
Rijden onder invloed, art. 8.2.b WVW 1994. Afstand van rechtsmiddel en onderzoeksplicht m.b.t. verschoonbaarheid van dwaling van verdachte t.a.v. betekenis van haar verklaring, art. 381.1 Sv. Hof heeft verdachte, die niet werd bijgestaan door raadsman, n-o verklaard in haar hoger beroep omdat zij ttz. Pr afstand heeft gedaan van rechtsmiddelen. Kon hof oordelen dat sprake is van (rechtsgeldige) afstand a.b.i. art. 381.1 Sv, nu verdachte afstand heeft gedaan van recht h.b. in te stellen “terwijl zij niet begreep wat dat betekende”? HR (ambtshalve): Met zijn overwegingen heeft hof zijn in zijn uitspraak besloten liggende oordeel dat gedane afstand kan gelden als afstand a.b.i. art. 381.1 Sv, doen steunen op gronden die dat oordeel niet kunnen dragen. In aanmerking genomen ‘s hofs vaststelling dat verdachte afstand heeft gedaan van recht h.b. in te stellen “terwijl zij niet begreep wat dat betekende”, waarin verdachtes dwaling omtrent betekenis van haar verklaring houdende afstand van beroep besloten ligt, was hof immers genoodzaakt nader onderzoek in te stellen naar vraag of deze dwaling gelet op omstandigheden van geval verschoonbaar was. Daarbij verdient opmerking dat, in dit licht beschouwd enkele door hof als redengevend aangemerkte omstandigheid dat verdachte zich ttz. (in eerste aanleg) niet door raadsman heeft doen bijstaan, niet beslissend kan zijn.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
