ECLI:NL:PHR:1997:8
Parket bij de Hoge Raad · 28-03-1997 · zaaknummer 16312
Inhoudsindicatie
Huurovereenkomst woning. Opschortingsrecht art. 6:262 BW huurder in geval van gebreken. Ingebrekestelling bij door huurder op art. 6:265 BW geënte procedure tot ontbinding? Behoudens het geval de huurder stelt en bewijst dat de verhuurder reeds in voldoende mate met de gebreken bekend was om tot het nemen van maatregelen over te gaan, bestaat de bevoegdheid van de huurder tot ontbinding uitsluitend voor wat betreft de periode nadat hij de verhuurder van de gebreken op de hoogte heeft gesteld. Bij het ontbreken van een dergelijke mededeling kan de huurder zich wat betreft zijn betalingsverplichtingen ook niet beroepen op het opschortingsrecht van art. 6:262 BW. Indien er een gebrek ontstaat tijdens de huurovereenkomst, dan geeft dit gebrek, aangenomen dat het ernstig genoeg is, de bevoegdheid tot ontbinding. Een ingebrekestelling is in dat geval niet vereist omdat door het enkele ontstaan van een gebrek het voor de verhuurder (tijdelijk) onmogelijk is om aan zijn verplichtingen te voldoen, zodat op grond van art. 6:265 lid 2 BW de bevoegdheid tot ontbinding zonder ingebrekestelling bestaat.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
