ECLI:NL:PHR:1992:3
Parket bij de Hoge Raad · 25-08-1992 · zaaknummer 8108
Inhoudsindicatie
Huurrecht woonruimte. Dringend nodig hebben voor eigen gebruik vanwege het voorgenomen gebruik als woning voor de zoon van verhuurder die bedrijfsleider is van de dochtermaatschappij van verhuurder. Voor “dringendheid” aan twee vereisten voldoen, omvang lasten. Art. 7A:1623 e lid 1 BW (thans art. 7:274 lid 1 onder c BW) eist dat verhuurder in elk geval de dringendheid van het eigen gebruik aannemelijk maakt. Slaagt hij daar niet in, dan is de door de bepaling vereiste belangenafweging niet aan de orde. “Dringendheid” minder snel aangenomen naarmate verhuurder alternatieven heeft.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
