Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:1985:AB7675

Parket bij de Hoge Raad · 01-07-1985 · zaaknummer 78351

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Moord (art. 289 Sr) en voortgezette handeling van doodslag meermalen gepleegd in café in Delft (art. 287 jo. 56.1 Sr Sr). Hof heeft vonnis Rb bevestigd en verdachte veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. 1. Onmiddellijkheidsbeginsel. Bezoek van leden rechterlijke macht (onder wie voorzitter Rb) en OM aan schietbaan op uitnodiging van OvJ. 2. Bewijskracht p-v van verhoor getuigen door RC. 3. Videoreconstructie. 4. Verklaringen getuigen bij RC wijken af van verklaringen bij politie. 5. Verklaring verdachte redengevend voor bewijs? 6. Ontoerekeningsvatbaarheid. 7. Bewijs voorbedachte rade moord. 8. Bewijs opzet doodslag feiten. Ad 1. Rechter beraadslaagt en beslist n.a.v. onderzoek ttz. Hof heeft kennelijk aangenomen dat bezoek van leden van rechterlijke macht (onder wie voorzitter Rb) en OM aan schietbaan geen deel heeft uitgemaakt van onderzoek van strafzaak en dat dit ook geen voor verdachte belastende informatie aan rechter heeft opgeleverd, zodat ook geen sprake is van strijd met goede procesorde en geschaad zijn van verdachte in zijn verdedigingsmogelijkheden. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Mededeling OvJ dat in uitnodiging 'duidelijk een dubbele bodem' zat, is door Hof blijkbaar aldus opgevat dat bij OvJ wel bedoeling aanwezig was uitgenodigde rechter(s) mede met het oog op onderhavige strafzaak te laten ervaren welke invloed het niet geoefend zijn in schieten heeft op kans om raak te schieten, doch dat genodigden van die bedoeling niets wisten. In aanmerking genomen dat p-v’s van tz. in e.a. en in h.b. niet inhouden dat door of namens verdachte enig bezwaar of voorbehoud is gemaakt m.b.t. hetgeen omtrent bezoek aan schietbaan uit requisitoir kan worden afgeleid en feiten waarmede OvJ zijn gasten op schietbaan volgens zijn requisitoir wilde confronteren als van algemene bekendheid moeten worden aangemerkt, behoefde Hof in zijn arrest van zijn oordeel niet te doen blijken. Uitgaande van dat oordeel heeft Hof terecht aangenomen dat voorzitter Rb onderzoek heeft doen aanvangen door zaak te doen uitroepen. Ad 2. Gestelde ter betwisting dat p-v als wettig b.m. kan gelden, heeft zijn weerlegging gevonden in hetgeen hiervoor onder 1 is uiteengezet en mist voor het overige feitelijke grondslag. Ad 3. Uit niets blijkt dat reconstructie een rol heeft gespeeld bij totstandkoming van bewezenverklaring. Ad 4. Het is voorbehouden aan rechter die over feiten oordeelt om, binnen door wet getrokken grenzen, van beschikbaar bewijsmateriaal datgene tot bewijs te bezigen wat hem uit oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene ter zijde te stellen wat hij voor bewijs van geen waarde acht, terwijl deze beslissing geen motivering behoeft en in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden. Ad 5. Rb en Hof hebben verklaring van verdachte ttz. kennelijk aldus verstaan dat verdachte daarin tot uitdrukking heeft gebracht dat hij niet ontkent maar het mogelijk acht dat hij degene is geweest die mensen van het leven heeft beroofd door zijn met scherpe patronen geladen vuurwapen in hun richting af te vuren. Aldus opgevat bevat dit deel van verklaring verdachte niets wat verdachte niet uit eigen wetenschap bekend kan zijn. Ad 6. Rb en Hof hebben kennelijk niet tot uitdrukking willen brengen dat op verdachte bewijslast rust dat hij t.t.v. begaan van bewezenverklaarde feiten geheel ontoerekeningsvatbaar was. Het woord “blijken” is in overweging kennelijk telkens gebezigd in de zin van hoe dan ook “aannemelijk worden”. Bij verschil van mening onder deskundigen staat het aan rechter die over feiten oordeelt vrij aan oordeel van een deskundige wel geloof te hechten en dat in zijn uitspraak over te nemen en een of meer andere meningen van andere deskundigen ter zijde te laten. Deze beslissingen behoeven geen motivering en kunnen in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Ad 7. Hof heeft voorbedachte rade bewezen kunnen achten o.g.v. verklaring van getuige bij RC, verklaringen van verdachte bij politie en ttz. in e.a. en verklaring van eigenaar van café bij politie. Ad 8. Hof heeft bewezen kunnen achten dat verdachte feiten opzettelijk heeft begaan o.g.v. verklaringen van verdachte ttz. in e.a. en bij politie en verklaring van getuige bij RC. Volgt verwerping.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.