ECLI:NL:PHR:1981:AC7387
Parket bij de Hoge Raad · 06-10-1981 · zaaknummer 73.191
Inhoudsindicatie
‘Medeplegen’ verstaan als ‘tezamen en in vereniging;’ toereikend bewijs: lijfelijke aanwezigheid is niet vereist. De verklaring dat de goederen in eigendom toebehoorden aan verdachte is redengevend voor de bewezenverklaring dat zij toebehoorden aan een ander. De weergave in de uitspraak van een verklaring tegenover de politie moet in cassatie worden geëerbiedigd indien die weergave niet onverenigbaar is met de bewoordingen van het ambtsedig p.-v. Art. 311 lid 1 onder 4° Sr bevat een afzonderlijke regeling voor het medeplegen van diefstal: art. 47 Sr behoefde niet te worden aangehaald. Voldoende strafmotivering ook al sprak het Hof vrij van een der feiten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
