ECLI:NL:PHR:1897:1
Parket bij de Hoge Raad · 26-11-1897 · zaaknummer 3032
Inhoudsindicatie
De originele conclusie is helaas niet meer voorhanden. De tekst van de gepubliceerde conclusie is afkomstig uit het Weekblad van het Regt (no. 7047). Deze tekst is verkregen uit de originele conclusie van de Hoge Raad. De conclusie uit het Weekblad van het Regt is helaas niet volledig: datum uitspraak en afsluiting ontbreken. De vennootschap onder firma heeft een vermogen dat is afgescheiden van de vermogens van de vennoten. In art. 32 tot en met 35 Wetboek van Koophandel is voorgeschreven dat bij ontbinding van de vennootschap vereffening van de zaken van die vennootschap moet plaatsvinden; eerst moeten de schulden van de vennootschap worden voldaan en pas daarna wordt het overbleven saldo verdeeld. Deze in het algemeen voor ontbinding van de vennootschap gegeven voorschriften gelden ook bij ontbinding van de vennootschap ten gevolge van het faillissement van de vennoten. Die voorschriften gelden ook tegenover de privé-schuldeisers van de vennoten, die niet meer recht hebben dan de vennoten zelf.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
