ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5747
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) · 16-11-1998 · zaaknummer 1997-166
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting / artt. 50 lid 1 en 51 lid 1 LIB; art. 5 lid 4 Landsverordening beroep in belastingzaken 1940 / art. 6 EVRM / art. 14 IVBPR / Belastingjaar 1992 De Inspecteur had een brief moeten kwalificeren als een ten onrechte bij hem ingediend beroepschrift tegen de navorderingsaanslag. Het zorgvuldigheidsbeginsel brengt mee dat de Inspecteur dat beroepschrift zo spoedig mogelijk doorzendt naar de bevoegde rechter. De controlerend ambtenaar hoeft de cautie niet te stellen. Verkregen bewijzen tijdens het boekenonderzoek niet onrechtmatig. Eis van cautie geldt niet voor strafvervolgingen in de vorm van het opleggen van een fiscale boete. de Inspecteur heeft een verhoging opgelegd van 100%; later verminderd tot 66%.Het ontbreken van een boetebeleid noch de hoogte van de boetes die zijn opgelegd in de drie andere gevallen, nopen tot de conclusie dat sprake is van willekeur. Twee gevallen betreffen andere belastingen en zijn daardoor niet vergelijkbaar. Het andere geval speelt onder een andere inspecteur. De Raad toetst de opgelegde verhoging in volle omvang. Het hier te lande geldende procesrecht voorziet niet in een vergoeding voor proceskosten. de Inspecteur heeft een verhoging opgelegd van 100%; later verminderd tot 66%.Het ontbreken van een boetebeleid noch de hoogte van de boetes die zijn opgelegd in de drie andere gevallen, nopen tot de conclusie dat sprake is van willekeur. Twee gevallen betreffen andere belastingen en zijn daardoor niet vergelijkbaar. Het andere geval speelt onder een andere inspecteur. De Raad toetst de opgelegde verhoging in volle omvang. De omstandigheid dat bij artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR is bepaald dat een ieder die wegens een strafbaar feit is veroordeeld het recht heeft de schuldigverklaring en veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege overeenkomstig de wet - artikel 2, eerste lid, van het zevende protocol bij het EVRM bevat een vergelijkbare bepaling, maar dat protocol is door Nederland niet geratificeerd - niet afdoet aan de rechtmatigheid van de verhoging zoals die door de Inspecteur is opgelegd. De enkele omstandigheid dat - mogelijk in strijd met het IVBPR - in fiscale boetezaken een appelinstantie ontbreekt, betekent vanzelfsprekend niet dat de procedure tot en met de Raad ook in strijd met het IVBPR is. In het midden kan blijven welke gevolgen het ontbreken van een appelinstantie dan wel heeft; het is niet aan de Raad daarover een oordeel uit te spreken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
