ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5646
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) · 02-03-1998 · zaaknummer 1997/64
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting /artt. 58, lid 1,onder a Landsverordening inkomstenbelasting en art. 22 Landsverordening loonbelasting / Belastingjaar 1994 Hoezeer de Ministeriële regeling primair bedoeld moge zijn als een tegemoetkoming in de loonkosten van de onderneming, het betreft hier niet een rechtstreeks aan de onderneming ten goede komende - en in beginsel de werknemers niet rakende - loonkostensubsidie. De regeling betreft integendeel rechtstreeks de belastingheffing van werknemers en schept daarbij in zijn uitwerking een ongelijkheid tussen enerzijds twintig werknemers van die onderneming en anderzijds de andere werknemers van die onderneming en alle buitenlandse werknemers van andere ondernemingen die niet onder de regeling vallen. Ook al zouden ondernemingen die in beginsel onder de regeling vallen netto-loonafspraken met hun werknemers plegen te maken (hetgeen de Raad overigens niet kan vaststellen), dan nog levert dat geen rechtvaardigingsgrond voor de ongelijke behandeling op. Uit een oogpunt van behoorlijke belastingheffing kan moeilijk worden aanvaard, dat in de wetgeving een ongelijkheid wordt geschapen tussen werknemers en dat vervolgens deze ongelijkheid zou worden gerechtvaardigd met de aanname dat de werknemers daar toch niets van zullen merken omdat hun werkgever bij de vaststelling van de beloning daarop wel zal inspelen. Met andere woorden: de veronderstelling dat een door de belastingwet geschapen ongelijkheid wel zal worden rechtgetrokken in de privé-sfeer via een ongelijke beloning, kan die wettelijke ongelijkheid niet rechtvaardigen. De Ministeriële regeling is derhalve onverbindend. Indien de Inspecteur na van de onderhavige beschikking kennis te hebben genomen de 35%-aftrek overeenkomstig de Ministeriële regeling - aangenomen dat deze niet wordt gewijzigd of ingetrokken - blijft toepassen, berust dat voortaan op een bewust begunstigend beleid. In dat geval zal derhalve ingevolge het gelijkheidsbeginsel een overeenkomstige aftrek aan alle andere buitenlandse werknemers die in een vergelijkbare positie verkeren niet kunnen worden geweigerd. Rekening houdend met gewekte verwachtingen voor wat betreft de reeds verstreken belastingjaren en het reeds lopende belastingjaar is de Raad van oordeel, dat dit slechts zal gelden voor de na 1 januari 2000 aanvangende aanslagregeling voor het belastingjaar 1999 en latere jaren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
