ECLI:NL:ORBAACM:2017:12
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 10-01-2017 · zaaknummer RvBAz 2013/54196
Inhoudsindicatie
Curaçaose zaak. De afwijzing is in strijd met artikel 7, achtste lid, van de “Eilandsverordening houdende regelen inzake een Sociaal Statuut ten behoeve van het personeel werkzaam bij het Land Nederlandse Antillen (LNA) en het eilandgebied Curaçao (EGC) in verband met de overgang naar het Land Curaçao” (SSCL). Appellant had in de functie benoemd moeten worden. Het rechtzekerheidsbeginsel verzet zich er evenwel tegen dat thans nog de benoeming [in de functie van een ander] ongedaan zou worden gemaakt, waarbij de Raad er ook niet aan voorbij kan zien dat appellant te bestemder tijd geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid een beslissing bij voorraad uit te lokken over de rechtmatigheid van de benoeming, waarmee hij het ontstaan van een voldongen feit had kunnen verhinderen. Schadevergoeding/nadeelcompensatie. De blote afwijzing is onrechtmatig jegens appellant. Naar het oordeel van de Raad zal de afwijzing uiteindelijk alleen rechtmatig kunnen worden geoordeeld als geïntimeerde appellant compenseert voor de als gevolg daarvan door hem geleden en mogelijk nog te lijden schade. Nu de afwijzing daarin niet voorziet, dient die te worden vernietigd. De Raad zal bepalen dat geïntimeerde met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen binnen drie maanden opnieuw moet beslissen op de sollicitatie van appellant naar de functie, waarbij geïntimeerde de onrechtmatigheid van de blote afwijzing dient te compenseren door appellant vanaf de gevorderde datum (februari 2012) tot aan de datum van het einde van zijn ambtelijke aanstelling te bezoldigen naar het niveau waarop hij bij benoeming in de functie aanspraak had kunnen maken. Tot welke nabetaling aan appellant dat tot op heden dient te leiden, kan de Raad thans bij gebreke van de benodigde gegevens niet vaststellen. Dit dient te worden vastgesteld bij de nieuw te nemen beschikking.
Rechters
Advocaten
- G.H.E. Camelia
- R. Bottse
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
