ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH9800
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba · 24-03-2009 · zaaknummer AR 2545/05, H-383/07
Inhoudsindicatie
Appellant gaat in beroep tegen uitspraak van GEA die vordering van het Land toewijst. De vordering van het Land Aruba is gebaseerd op het feit dat appellant bij de uitoefening van zijn functie eraan heeft meegewerkt dat aan een groep aannemers ten laste van het Land ten onrechte geldbedragen zijn uitgekeerd. Wil deze vordering kunnen slagen dan moet vast komen te staan dat er sprake is van opzettelijk handelen, dan wel met bewuste roekeloosheid is meegewerkt aan praktijken die schade hebben toegebracht aan het Land. Appellant moet terzake een ernstig verwijt van persoonlijk handelen of een bewust nalaten gemaakt kunnen worden. De stellingen van het Land kunnen de vordering dragen, en appellant heeft nagelaten deze gemotiveerd te weerspreken. Ook heeft appellant zijn verweren tegen het strafvonnis waarbij hij is veroordeeld terzake van het meermalen medeplegen van valsheid in geschrifte en het aannemen van steekpenningen niet nader onderbouwd. Geen van de grieven treft doel en het vonnis wordt bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
