Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:OGHACMB:2023:49

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 07-03-2023 · zaaknummer CUR2022H00135 en CUR2022H00137

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende is sinds 25 maart 2014 eigenaar van een onroerende zaak. Belanghebbende heeft op 27 februari 2020 een aangifte onroerendezaakbelasting (OZB) 2015 gedaan. Aan belanghebbende is op 11 augustus 2020 een aanslag OZB voor het jaar 2015 opgelegd. De Inspecteur heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht voor zover deze ziet op de vernietiging van de aanslag OZB 2015. Het Gerecht heeft de aanslag OZB 2015 vernietigd omdat belanghebbende tijdig heeft voldaan aan de door hem uit artikel 10a van de Landsverordening OZB (LOZB) voortvloeiende verplichting om aangifte te doen en de Inspecteur te laat, dus vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld, de aanslag OZB 2015 heeft vastgesteld. In hoger beroep stelt de Inspecteur dat de tekst van artikel 10a LOZB al geldt vanaf 1 september 2019 en dat belanghebbende niet vóór 1 november 2019 aangifte heeft gedaan, zodat op grond van het vijfde lid van artikel 10a LOZB gedurende tien jaar na het ontstaan van de belastingschuld kan worden nagevorderd. Het Hof verwerpt deze stelling. Daarnaast oordeelt het Hof dat een eventuele navorderingsaanslag evenmin kan worden gebaseerd op artikel 10a, lid 5 LOZB. Vervolgens is in hoger beroep nog in geschil of de aanslag OZB 2015 tijdig is vastgesteld. Anders dan het Gerecht is het Hof van oordeel dat – mits aan de betreffende voorwaarden is voldaan – in gevallen waarin niet aan de in de overgangsregeling opgenomen vormen van aangifteplicht is voldaan, kan worden nagevorderd op grond van artikel 13 van de Algemene Landsverordening Landsbelasting. Het Hof acht het in onderhavige zaak aannemelijk dat de Inspecteur bekend was, dan wel bekend had moeten zijn met de verkrijging van de onroerende zaak door belanghebbende in 2014. Dat dit mogelijk door onjuiste of onvolledige verwerking door de Belastingdienst door de Inspecteur niet is opgemerkt, dient voor rekening van de Inspecteur te blijven. Van een navordering rechtvaardigend nieuw feit is daarom geen sprake. Gelet op al het voorgaande is het hoger beroep ongegrond. Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.