ECLI:NL:OGHACMB:2023:348
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 02-08-2023 · zaaknummer SXM2022H00171 en SXM2022H00177
Inhoudsindicatie
De echtgenoot van belanghebbende kwalificeert in 2015 en 2016 als inwoner van Sint Maarten volgens artikel 1, lid 2, van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting (LIB). Hoewel hij ook regelmatig in St. Thomas verbleef, was er sprake van een duurzame persoonlijke band met Sint Maarten, onder andere door het huwelijk, gedeelde eigendommen, bankrekeningen en betrokkenheid bij vennootschappen op het eiland. De bewijslast dat hij geen inwoner zou zijn, is niet overtuigend geleverd door belanghebbende. De huurinkomsten uit onroerende zaken kwalificeren niet als winst uit onderneming, omdat niet is aangetoond dat de verrichte werkzaamheden de grens van normaal vermogensbeheer overschrijden. Daarom mogen deze inkomsten op basis van artikel 20 LIB bij de meestverdienende partner, belanghebbende, worden belast. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
