ECLI:NL:OGHACMB:2021:347
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 13-09-2021 · zaaknummer CUR2020H00036 en 2020H00037
Inhoudsindicatie
Belanghebbende exploiteert een restaurant. De onderneming wordt gedreven in de vorm van een eenmanszaak. In hoger beroep is in geschil of de navorderingsaanslagen 2006 en 2007 tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Het Hof oordeelt dat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan waardoor de bewijslast omgekeerd en verzwaard wordt. Verder oordeelt het Hof dat de Inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen uitgegaan is van een redelijke schatting en dat belanghebbende niet is geslaagd in het leveren van het van hem verlangde tegenbewijs. Met betrekking tot de vergrijpboetes heeft het Hof geoordeeld dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet bij belanghebbende en dat de boetebedragen passend en geboden zijn. Het hoger beroep is gegrond doch uitsluitend omdat de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen IB 2006 en AVBZ 2006 door de Inspecteur ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard in plaats van ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
