ECLI:NL:OGHACMB:2021:104
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 22-04-2021 · zaaknummer CUR2019H00305
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is ingezetene van Curaçao en geniet in het onderhavige jaar inkomsten uit arbeid. In hoger beroep is, evenals in eerste aanleg, in geschil de maatstaf van de heffing van de BVZ. Bij het bepalen van het ‘inkomen’ als bedoeld in artikel 3, vierde lid, LIB worden de persoonlijke lasten en buitengewone lasten niet in aftrek toegelaten, doch komen zij in aftrek bij de bepaling van ‘zuivere inkomen’, als bedoeld in artikel 3, derde lid, LIB. Het betoog van belanghebbende berust op een verkeerde lezing van de wetteksten en moet derhalve worden verworpen. Het hoger beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
