ECLI:NL:OGHACMB:2019:256
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 12-06-2019 · zaaknummer CUR2019H00198 tot en met CUR2019H00200
Inhoudsindicatie
In hoger beroep is in geschil of de Inspecteur de naheffingsaanslagen 2009 tot en met 2011 en de gelijktijdig met die naheffingsaanslagen opgelegde boetes terecht en tot de juiste bedragen heeft opgelegd, en meer in het bijzonder of de Inspecteur de door belanghebbende in aftrek gebrachte rente terecht in aftrek heeft beperkt. De conclusie van het Hof is dat ten aanzien van belanghebbende ten onrechte tot enig bedrag een rente-aftrekbeperking op de voet van artikel 6A, eerste lid, aanhef en onder a, dan wel enig ander onderdeel van dit lid, van de LWB heeft plaatsgevonden. Er is geen sprake van het aangaan van een lening die verband houdt met een winstuitdeling (dan wel teruggaaf van gestort kapitaal, een verwerving van aandelen of een kapitaalstorting). Nu het Hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van een kasrondje in de zin van artikel 6A, eerste lid, aanhef en onder a, van de LWB en er geen sprake is van fraus legis, kan de beantwoording van de vraag of het Gerecht ten onrechte de gronden heeft aangevuld achterwege blijven. Het hoger beroep is gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
