ECLI:NL:OGHACMB:2016:190
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 22-11-2016 · zaaknummer HLAR 77894/16
Inhoudsindicatie
Vergunning tot tijdelijk verblijf geweigerd. Het beroep op artikel 8 EVRM faalt. Het Gerecht heeft terecht overwogen dat de minister zich in dit geval niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de zeer sterke banden met Sint Maarten en het ontbreken van, dan wel de beperkte banden van appellant met Haïti, niet opwegen tegen de aard en ernst van de strafbare feiten die appellant op meerderjarige leeftijd heeft gepleegd en waarvoor hij is veroordeeld. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat de minister ter zitting heeft verklaard dat de samenleving van Sint Maarten klein is en de misdrijven die appellant heeft gepleegd daarbinnen veel effect hebben gehad. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Uit rechtsoverweging 5.1 van de door appellant genoemde uitspraak van het Hof van 17 juni 2016 (ECLI:NL:OGHACMB:2016:43) blijkt immers dat de minister in die zaak onweersproken heeft gesteld dat hij met name de duur van het rechtmatig verblijf van de genoemde vreemdelingen van negen onderscheidenlijk tien jaar in aanmerking heeft genomen. Niet in geschil is dat appellant alleen van maart 2011 tot maart 2012 rechtmatig verblijf in Sint Maarten heeft gehad en hij in dat jaar de strafbare feiten heeft gepleegd waarvoor hij is veroordeeld. Van gelijke of gelijk te stellen gevallen die niettemin verschillend zijn behandeld is derhalve geen sprake.
Advocaten
- A.O. Muller
- D.C. Daal
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
