ECLI:NL:OGHACMB:2016:160
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 08-12-2016 · zaaknummer AUA2016H00004
Inhoudsindicatie
Appellante dient een bezwaarschrift in tegen de aanslag grondbelasting na de wettelijke bezwaartermijn van twee maanden. In het geschil is de ontvankelijkheid van het bezwaar. Het Hof oordeelt dat appellante er niet in is geslaagd het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen. Het Hof acht daarbij van belang dat het geloofwaardig is dat door de inspecteur aanslagen grondbelasting 2012 aangetekend zijn verzonden. Dit geldt te meer, in samenhang beschouwd, met de door appellante gedane, onbetwiste, betalingen per cheque op de aanslag (voor het indienen van bezwaar). Dat er door appellante is betoogd dat zij op het moment van deze betalingen niet nagedacht of verifieerde op welke aanslag werd betaald acht het Hof ongeloofwaardig en onaannemelijk. Ook als appellante het vermoeden van ontvangst wel zou hebben ontzenuwd dan baat dit appellente niet. Het was dan aan appellante geweest om, nadat zij op de hoogte is geraakt van het feit dat haar een aanslag is opgelegd, niet te blijven ‘stilzitten’.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
