ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0628
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 25-01-2011 · zaaknummer HLAR 038/10
Inhoudsindicatie
Geschil betreft een verzoek van appellante aan de minister van Justitie om haar vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen. Vreemdeling is de Nederlandse Antillen op 21 september 2005 binnengekomen op een visum en bevond zich jarenlang op Curaçao zonder geldige verblijfstitel. Uit de ministeriële beschikking van 15 maart 2001 blijkt dat buitenlandse echtgenoten van Antilliaanse Nederlanders na het indienen van een dergelijk verzoek de uitslag niet te lande mogen blijven afwachten. Een beroep om op haar gezinssituatie faalt, ze wist op het moment dat ze trouwde al dat het gezinsleven mogelijk niet in Curaçao zou kunnen plaatsvinden. Het Hof bevestigt het vonnis.
Rechters
Advocaten
- X.C.G. Bakhuis
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
