ECLI:NL:OGEANA:2007:BG9105
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen · 16-01-2007 · zaaknummer 2004/167
Inhoudsindicatie
Betreft tussenvonnis, waarbij werknemer moest bewijzen de feitelijke grondslag van zijn vordering dat hem door werkgever een aanbod is gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst tegen betaling. Hij slaagt daar niet in. Het Gerecht wil op voet van art. 118 Rv partijen iets voorleggen, waarbij deze gebruik maakt van de rechterlijke vrijheid om werknemer te wijzen op mogelijkheid dat deze een loonvordering in stelt, in plaats van een vergoeding te vorderen op basis van nakoming van de gestelde beëindigingovereenkomst omdat de arbeidsovereenkomst wellicht niet rechtsgeldig is beëindigd. Het Gerecht gelast een comparitie en houdt iedere beslissing aan.
Rechters
Advocaten
- G.C. Richardson-Nicolaas
- M. le Poole
- W.J. Noordhuizen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
