ECLI:NL:OGEAC:2022:222
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 26-07-2022 · zaaknummer CUR202002287
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is een bank die is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten. In artikel 1A, lid 1, letter f sub 5 van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 is bepaald dat een bank die is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank geen Vrijgestelde Vennootschap kan vormen. Belanghebbende heeft haar beleggingsactiviteiten ondergebracht in een dochtervennootschap die niet is onderworpen aan toezicht van de Centrale Bank. Die dochtervennootschap geniet de Vrijgestelde status zodat de beleggingswinsten aldaar niet in de belastingheffing worden betrokken. Het Gerecht is van oordeel dat belastingverijdeling het volstrekt overwegende motief is van de het onderbrengen van de beleggingsactiviteiten in de dochtervennootschap en dat daarmee in strijd met doel en strekking van de wet is gehandeld. Met toepassing van het leerstuk van fraus legis worden de winsten van de dochtervennootschap bij belanghebbende in de belastingheffing betrokken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Het gelijk is aan de Inspecteur.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
