ECLI:NL:OGEAC:2022:221
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 26-07-2022 · zaaknummer CUR202001044 tot en met CUR202001047
Inhoudsindicatie
Ingevolge artikel 1A, lid 1, letter f sub 5 van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 kan een vennootschap niet als Vrijgestelde Vennootschap worden aangemerkt als de vennootschap een bank of financiële instelling is die is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten. Belanghebbende is een dochtervennootschap van een bank en is zelf niet onderworpen aan toezicht van de Centrale Bank. Op basis van de tekst van de wet kan haar aldus de status van Vrijgestelde Vennootschap niet onthouden worden. Het Gerecht heeft heden geoordeeld dat heffing over de beleggingswinsten van belanghebbende met toepassing van fraus legis dient plaats te vinden bij de moedervennootschap. Gelet daarop dienen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen winstbelasting vernietigd te worden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
