ECLI:NL:OGEAC:2022:170
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 01-07-2022 · zaaknummer CUR202101526
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan het bezwaar is tegemoetgekomen. Tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van de in bezwaar, beroep en integrale kostenvergoeding. Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase omdat de Inspecteur ernstig onzorgvuldig gehandeld heeft door een belastingaanslag op te leggen ondanks het feit dat belanghebbende al sinds 2012 de transparante status heeft en daarom niet is onderworpen aan de winstbelasting. Het Gerecht vindt echter geen aanleiding voor een integrale vergoeding van de door belanghebbende in de beroepsfase gemaakte kosten van rechtsbijstand aangezien geen sprake is van in vergaande mate onzorgvuldig handelen door de Inspecteur door niet tijdig te beslissen op het bezwaar. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding van NAf 500. Dat in de Curaçaose wetgeving geen schadebepaling is opgenomen doet daar niet aan af (vgl. ECLI:NL:OGHACMB:2018:164). De coronapandemie vormt in dit geval geen reden voor verlenging van de redelijke termijn.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
