ECLI:NL:OGEAC:2022:137
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 01-06-2022 · zaaknummer CUR202003691 tot en met CUR202003693 en CUR202005136
Inhoudsindicatie
De Inspecteur heeft slechts aannemelijk gemaakt dat belanghebbende in december 2016 in Curaçao heeft gewoond. Het Gerecht verwerpt de stelling van de Inspecteur dat de vereiste aangifte niet is gedaan nu belanghebbende geen aanmaning heeft gekregen voor indiening van de aangifte. Aannemelijk is dat belanghebbende uitsluitend provisie heeft genoten ter zake van in Curaçao verrichte verzekeringswerkzaamheden. Gelet daarop is sprake van inkomsten uit een fictieve dienstbetrekking. Die inkomsten behoren, ook voor de periode dat belanghebbende in het buitenland woonde, tot zijn belastbaar inkomen. Omdat de redelijke termijn is overschreden bestaat recht op een immateriële schadevergoeding. De corona-pandemie leidt in dit geval niet tot verlenging van de redelijke termijn. De uitspraak van het Gerecht is gedaan na de periode van 1 ½ jaar na indiening van het beroep. Echter, omdat belanghebbende beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak en de Inspecteur pas geruime tijd later uitspraak op bezwaar heeft gedaan moet de overschrijding van de redelijke termijn volledig worden toegerekend aan de Inspecteur.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
