ECLI:NL:OGEAC:2022:1
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 05-01-2022 · zaaknummer CUR202002407, CUR202002408 en CUR202002409
Inhoudsindicatie
De houdstermaatschappij waar belanghebbende 50% van de aandelen in had, was in 2009 een vrijgestelde vennootschap omdat op grond van de wetsgeschiedenis onder het begrip ‘beleggen in effecten’ tevens het houden van aandelen in een dochtermaatschappij valt. Op basis van artikel 5, lid 4 van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 dient dan een forfaitair bedrag als voordeel uit aandelen in een vrijgestelde vennootschap in aanmerking genomen te worden. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 2009 heeft belanghebbende aangifte gedaan zonder de genoten winst uit aanmerkelijk belang uit de vrijgestelde vennootschap aan te geven, hetgeen als een grove onachtzaamheid van belanghebbende kan worden beschouwd en daarom is sprake is van grove schuld van de zijde van belanghebbende. De opgelegde vergrijpboetes van 25% en 12,5% zijn volgens het Gerecht in overeenstemming met de ernst van het vergrijp. Belanghebbende heeft geen recht op een proceskostenvergoeding nu de betreffende rechtspersoon vereenzelvigd moet worden met belanghebbende en nu bovendien de kosten niet aannemelijk zijn gemaakt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
