ECLI:NL:OGEAC:2020:234
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 14-10-2020 · zaaknummer CUR201803787, CUR201803788 en CUR201804034
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is vanaf 2009 ingezetene van Curaçao. Zij is directeur-grootaandeelhouder van de naar Nederlands recht opgerichte vennootschap RBV. In geschil is of belanghebbende voor de inkomstenbelasting recht heeft op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en of de aanslagen premies AVBZ en BVZ terecht zijn opgelegd. Belanghebbende voert aan dat zij in de onderhavige jaren 2012 en 2013 (ook) in Nederland werkzaam was bij RBV. RBV heeft belasting en premies over haar inkomen ingehouden en afgedragen. Het Gerecht acht aannemelijk dat belanghebbende de inkomsten van RBV voor haar werkzaamheden als bestuurder heeft genoten. Belanghebbende heeft, als inwoner van Curaçao en in de hoedanigheid van bestuurder inkomsten uit RBV, een lichaam dat inwoner is van Nederland, genoten. In dat geval is ingevolge lid 3 van artikel 15 BRK, Nederland heffingsbevoegd over het Nederlands inkomen. Curaçao kan het inkomen in de heffingsgrondslag van de inkomstenbelasting begrijpen. Om dubbele belasting te voorkomen, dient belanghebbende voor dat deel van haar inkomen voor de inkomstenbelasting een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te krijgen. De aanslagen AVBZ en BVZ zijn terecht opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
