ECLI:NL:OGEAC:2018:275
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 05-09-2018 · zaaknummer CUR201802623 en CUR201802629
Inhoudsindicatie
Het gerecht in eerste aanleg Curaçao acht zich bevoegd te oordelen in deze zaak waarin de vader verzoekt de moeder te bevelen met hun kinderen terug te keren naar Curaçao. De grondslag van de vordering van de vader is onrechtmatige daad, maar de kern van de zaak is de gezagsuitoefening van de moeder ten aanzien van de verblijfplaats van de kinderen. Het gerecht is van oordeel dat de kinderen, gelet op de korte tijd die zij in Nederland hebben doorgebracht, niet al in zeer ruime mate zijn verbonden met de Nederlandse rechtssfeer. De bevoegdheid van de met het gezag belaste ouder om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te bepalen geldt niet onbegrensd. In dit geval speelt mee dat de kinderen tot aan hun vertrek naar Nederland 50% van hun tijd bij de vader doorbrachten. Naar het oordeel van het gerecht handelt de moeder door op deze manier een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen door te voeren, niet alleen in strijd met de afspraken over de omgang tussen de ouders, maar ook in strijd met de zorgvuldigheidsnorm die artikel 6:162 lid 2 BW BES beoogt te beschermen. Er is voorts niet gebleken dat de belangen van de kinderen in geval van terugkeer zouden worden geschaad. De omgang dient te worden hersteld naar hoe deze gold tot het vertrek van de moeder met de kinderen naar Nederland.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
