ECLI:NL:OGEAC:2017:46
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 12-04-2017 · zaaknummer CUR201600421, voorheen 77526
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of belanghebbende recht heeft op vergoeding van de proceskosten van de beroepsfase. De wettelijke grondslag voor de kostenvergoeding in beroepsfase is in artikel 15 LBB geregeld. Volgens het overgangsrecht bij dit artikel heeft belanghebbende recht op toepassing van het voor hem gunstiger recht. Het Gerecht acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten en gaat daartoe over. De regels over de kosten en de wijze van de berekening van de hoogte daarvan zijn echter nog niet vastgesteld. Het Gerecht bepaalt de kosten daarom zelf en sluit hiervoor aan bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (hierna: Besluit). De omstandigheid dat de behandelend ambtenaar op grond van een mogelijk onjuist inzicht in het recht het bezwaar van belanghebbende heeft afgewezen is onvoldoende om van de forfaitaire berekeningswijze af te wijken. Het Gerecht stelt de proceskosten forfaitair vast op Naf. 1.400.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
